ECLI:NL:CRVB:2008:BG5998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering ondanks medische beperkingen
Appellante, werkzaam als zelfstandig ondernemer, werd door het UWV per 9 januari 2005 de WAZ-uitkering geweigerd omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij door chronische pijnklachten en psychische beperkingen wel degelijk urenbeperking had.
De Raad oordeelde dat het UWV de beperkingen niet had onderschat en dat de medische rapporten voldoende onderbouwing boden voor het besluit. De door appellante overgelegde medische stukken boden geen objectieve aanwijzingen voor een grotere beperking. De psychologische rapportage betrof bovendien alleen de echtgenoot van appellante.
Hoewel het UWV pas in hoger beroep voldoende had toegelicht dat de functies medisch gezien geschikt waren, vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.