ECLI:NL:CRVB:2008:BG5766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste woonaangifte
Betrokkene ontving bijstand op grond van de WWB en gaf een woonadres op waaruit het College twijfels kreeg. Na onderzoek, waaronder onaangekondigde huisbezoeken, concludeerde het College dat betrokkene niet op het opgegeven adres woonde en trok de bijstand in met terugvordering van eerder ontvangen bedragen. Betrokkene diende meerdere aanvragen in die werden afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat een brief van het College geen besluit was en vernietigde een deel van het besluit, maar handhaafde de intrekking en terugvordering. Zowel betrokkene als het College gingen in hoger beroep. De Raad verklaarde het hoger beroep van het College niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang en oordeelde dat het College terecht de bijstand introk en terugvorderde op grond van de onjuiste woonaangifte.
De Raad benadrukte dat betrokkene onvoldoende aannemelijk maakte dat zij daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde, ondanks verklaringen en bankafschriften. De Raad vernietigde het besluit voor zover het de weigering van bijstand na 9 november 2005 betrof, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Het College werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het College wordt niet-ontvankelijk verklaard; de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.