ECLI:NL:CRVB:2008:BG5399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beperking intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en terugvordering
Appellante ontving bijstand vanaf 13 mei 2004. Na een politiehuiszoeking op 16 november 2004 waarbij contant geld en goederen voor hennepkwekerij werden aangetroffen, blokkeerde het College de uitkering en trok later de bijstand in vanaf 13 mei 2004. Het College stelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van contante bedragen en inkomsten uit verhuur.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de intrekking van de bijstand niet onbeperkt kan zijn en beperkt moet worden tot de periode 13 mei 2004 tot en met 16 november 2004. Ondanks schending van de inlichtingenverplichting kan het recht op bijstand worden vastgesteld, ook al is dat nihil. Voor de periode daarna is onvoldoende feitelijke grondslag voor intrekking.
De Raad vernietigt het besluit van 31 januari 2006 voor zover het de intrekking betreft, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het College in de proceskosten. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed. De terugvordering van de bijstand over de beperkte periode wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is gegrond verklaard en de intrekking van de bijstand is beperkt tot de periode van 13 mei 2004 tot en met 16 november 2004.