ECLI:NL:CRVB:2008:BG5248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WAO-uitkering en zorgvuldigheid medische beoordeling
Betrokkene ontving aanvankelijk een WAO-uitkering, die per 28 november 2002 werd ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een zorgvuldigheidsgebrek in het medische onderzoek, omdat dit niet door een geregistreerde verzekeringsarts was uitgevoerd en dit gebrek niet in de bezwaarfase was hersteld.
In hoger beroep stelde appellant dat dit gebrek wel was hersteld door een bezwaarverzekeringsarts die betrokkene had gezien en gesproken tijdens de hoorzitting. De Raad bevestigde dat het zorgvuldigheidsgebrek uit de primaire fase inderdaad was hersteld in de bezwaarfase. Tevens oordeelde de Raad dat de arbeidskundige motivering in hoger beroep voldoende was om het besluit te dragen.
Hoewel het besluit van 2 september 2005 door de rechtbank was vernietigd, bevestigde de Raad de rechtsgevolgen van dit besluit. Betrokkene had geen recht op schadevergoeding wegens de intrekking, maar wel werd een schadevergoeding toegekend vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase. De Raad bepaalde dat de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken bij de procedure over deze vergoeding.
Tot slot veroordeelde de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het zorgvuldigheidsgebrek in de medische beoordeling is hersteld, de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit blijven in stand, en de procedure over schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt heropend.