ECLI:NL:CRVB:2008:BG4974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht wegens onvolledige informatieverstrekking
Appellante ontving sinds 1992 een weduwenpensioen dat in 1996 werd omgezet in een nabestaandenuitkering onder de Algemene nabestaandenwet (ANW). Vanaf 1998 werd deze uitkering inkomensafhankelijk. In de loop der jaren ontving appellante diverse uitkeringen, waaronder WAO en WW, waarvan de Sociale verzekeringsbank (Svb) op de hoogte moest worden gesteld.
In 2003 en daarna werd door appellante informatie verstrekt over ontvangen nabetalingen en uitkeringen, maar niet volledig en tijdig. De Svb ontdekte dat appellante ook een uitkering op grond van de Wet BIA ontving die niet volledig was gemeld. Na verzoeken om aanvullende gegevens verstrekte appellante deze pas in 2005 grotendeels. De Svb besloot daarop de nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht te herzien en een bedrag terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht niet volledig was nagekomen en dat zij zelf verantwoordelijk bleef voor het verstrekken van juiste en volledige informatie. Ook de lange afhandelingsduur kon niet aan de Svb worden toegerekend. De Raad vond geen aanleiding om af te zien van herziening met terugwerkende kracht of om het besluit in strijd met de Awb te achten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht vanwege onvoldoende naleving van de inlichtingenplicht door appellante.