ECLI:NL:CRVB:2008:BG4787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Betrokkene ontving sinds 1986 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van signalen dat betrokkene niet op het opgegeven adres woonde, stelde de gemeente ’s-Gravenhage een onderzoek in, inclusief een huisbezoek en analyse van het water- en energieverbruik. Dit verbruik bleek uitzonderlijk laag, wat aanleiding gaf te twijfelen aan het opgegeven woonadres.
De gemeente trok de bijstand per 1 november 2006 in en vorderde de ten onrechte betaalde bijstand terug over de periode van april 2003 tot oktober 2006. De rechtbank oordeelde dat betrokkene wel degelijk op het adres verbleef, mede gelet op zijn levensstijl als 'zwerver met een huis' en aanwezige persoonlijke bezittingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders: het lage energieverbruik is niet te rijmen met het opgegeven leefpatroon en de wisselende verklaringen van betrokkene. Hierdoor is sprake van het niet verstrekken van juiste en volledige inlichtingen over het woonadres, een essentiële voorwaarde voor bijstand. De Raad verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.