ECLI:NL:CRVB:2008:BG4666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken concrete aanwijzingen gezamenlijke huishouding
Betrokkene 1 ontving bijstand als alleenstaande na beëindiging van de huwelijkse relatie met betrokkene 2. De gemeente Purmerend trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde het bedrag terug, omdat zij meende dat betrokkene 2 feitelijk bleef samenwonen met betrokkene 1. Dit was gebaseerd op een onderzoek met huisbezoek, buurtonderzoek en verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van buurtgenoten onvoldoende concreet waren en meer conclusies dan feiten bevatten, waardoor het besluit werd vernietigd. De Raad onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat de waarnemingen onvoldoende specifiek zijn om samenwoning aan te tonen.
Daarnaast speelde mee dat betrokkene 2 als buschauffeur veel in de buurt van betrokkene 1 werd gezien en zijn auto ook door zijn zoons werd gebruikt, wat verklaringen over aanwezigheid in de buurt plausibel maakt zonder dat hij daadwerkelijk in de woning verbleef.
De Raad achtte de verklaring over het bezit van een sleutel en het slapen in de woning onvoldoende aannemelijk, mede omdat betrokkene 2 de verklaring ontkende en niet duidelijk Nederlands spreekt. Ook het feit dat betrokkene 2 niet woonde in zijn eigen woning, die deels werd verhuurd, vormt geen aanwijzing voor samenwoning.
De Raad bevestigde de vernietiging van het besluit en herroept tevens de primaire besluiten van intrekking en terugvordering. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.