ECLI:NL:CRVB:2008:BG3741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en geschil over mate arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als bedrijfsleider/hovenier, viel op 16 februari 1999 uit wegens rugklachten en kreeg een WAO-uitkering van 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid toegekend per 15 februari 2000. Na een nieuwe uitval op 29 december 2003 werd appellant opnieuw medisch onderzocht, waarna het UWV besloot de uitkering ongewijzigd voort te zetten. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarna het UWV een nieuw besluit nam dat opnieuw werd aangevochten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant niet zijn toegenomen sinds de eerdere vaststelling. De functies die aan appellant zijn toegerekend zijn passend bij zijn beperkingen.
De Raad bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op 35 tot 45% en verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Het beroep tegen het Amberbesluit van 2 juli 2004 wordt niet behandeld omdat dit buiten het geschil valt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en bevestigt de vaststelling van 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid.