ECLI:NL:CRVB:2008:BG3672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugverwijzing intrekking WAO-uitkering wegens onduidelijkheid medische beoordeling
De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de intrekking van de WAO-uitkering van betrokkene vernietigde. De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek niet volgens de eisen was uitgevoerd omdat de primaire arts geen verzekeringsarts was en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) verborgen beperkingen bevatte.
De appellant stelde dat het primaire onderzoek conform de regels was verricht en dat eventuele gebreken in de bezwaarfase waren hersteld. Betrokkene wilde de uitspraak van de rechtbank bevestigd zien. De Raad stelde vast dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding was getreden door te oordelen over het ontbreken van een verzekeringsarts, terwijl dit punt niet door betrokkene was aangevoerd en niet van openbare orde was.
De Raad besloot de zaak terug te verwijzen naar de rechtbank voor nadere behandeling, waarbij eerst de medische grondslag opnieuw moet worden beoordeeld alvorens over de FML geoordeeld kan worden. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug, zonder proceskostenveroordeling op te leggen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor nadere behandeling.