ECLI:NL:CRVB:2008:BG3297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening mate van arbeidsongeschiktheid bij WAO-uitkering in hoger beroep
Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen een herziening van zijn WAO-uitkering waarbij de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 15-25%. Na bezwaar en aanvullend onderzoek werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 25-35%, maar de rechtbank stelde vast dat betrokkene op 80-100% arbeidsongeschikt moest worden geacht omdat geen passende functies konden worden gevonden.
De Raad oordeelt echter dat deze conclusie van de rechtbank niet dwingend is, omdat uit de arbeidskundige rapportage niet blijkt dat er helemaal geen functies voor betrokkene zijn. De Raad vernietigt daarom het oordeel van de rechtbank dat betrokkene 80-100% arbeidsongeschikt is.
Vervolgens heeft appellant een nieuw besluit genomen waarin de arbeidsongeschiktheid op 55-65% wordt vastgesteld. Betrokkene voerde aan dat zijn beperkingen groter zijn, onderbouwd met medische brieven, maar de Raad stelt vast dat deze informatie geen aanleiding geeft tot twijfel aan de eerdere bevindingen.
De Raad verklaart het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond en wijst het verzoek om benoeming van een deskundige af. De uitspraak bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene per 25 maart 2006 op 55-65% moet worden vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit dat de arbeidsongeschiktheid op 55-65% stelt wordt ongegrond verklaard.