ECLI:NL:CRVB:2008:BG2979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens rugklachten, maar het UWV trok deze in 2005 omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende waren.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn rug-, allergie- en psychische klachten onderschat waren en dat twee van de drie functies niet geschikt waren vanwege taalproblemen en zwaarte. Het UWV leverde rapportages van medische en arbeidsdeskundige experts ter onderbouwing.
De Raad onderschreef de eerdere medische beoordeling, waarin rekening was gehouden met de beperkingen, en vond geen aanleiding tot bijstelling. De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat appellant geschikt is voor eenvoudige productiewerkzaamheden met mondelinge instructies, waardoor taalgebrek geen belemmering vormt.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond verklaarde en bevestigde de intrekking van de uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is en geschikt wordt geacht voor eenvoudige functies.