ECLI:NL:CRVB:2008:BG2097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid door psychiatrische klachten
Appellant is sinds november 1999 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt en ontving vanaf november 2000 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag deze uitkering per 19 november 2002 naar een mate van 25-35% arbeidsongeschiktheid. Appellant betwistte deze herziening en stelde zich volledig arbeidsongeschikt wegens psychiatrische klachten.
De rechtbank oordeelde dat de medische onderzoeken van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig waren verricht en dat er geen medische gronden waren om de lagere mate van arbeidsongeschiktheid in twijfel te trekken. De eigen beleving van appellant werd niet doorslaggevend geacht.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, waaronder het ontbreken van een degelijk medisch onderzoek. De Raad concludeerde dat er wel degelijk medisch onderzoek had plaatsgevonden en dat de psychiatrische problematiek in remissie was. Ook een brief van de huisarts uit 2008 kon het oordeel van het UWV niet ondermijnen.
De Raad stelde vast dat appellant in staat was de werkzaamheden te verrichten die horen bij de functies waarop de schatting was gebaseerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.