ECLI:NL:CRVB:2008:BG1798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over herziening WAO-uitkering ondanks bezwaren appellante
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 16 mei 2006 te herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer naar 15 tot 25%. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit ongewijzigd omdat het UWV in de beroepsfase alsnog een deugdelijke arbeidskundige onderbouwing had verstrekt.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij het niet eens is met het oordeel dat de verzekeringsgeneeskundige onderzoeken zorgvuldig zijn uitgevoerd en dat haar medische beperkingen juist zijn vastgesteld. Zij bracht geen nieuwe medische stukken in en richtte zich niet specifiek tegen de motivering van de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de medische gronden van appellante voldoende en gemotiveerd heeft besproken en onderschrijft de overwegingen van de rechtbank. Er zijn geen nieuwe gronden in hoger beroep die het oordeel van de rechtbank kunnen wijzigen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.