ECLI:NL:CRVB:2008:BG1763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Compensatoire vordering wegens meerinkomen bij studiefinanciering en proceskostenveroordeling
Appellant ontving in 2003 studiefinanciering in de vorm van een OV-studentenkaart. Na controle van zijn neveninkomsten stelde de IB-Groep een meerinkomen vast, waarop een vordering werd gebaseerd. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en bevestigde dat het geen boete betreft, maar een compensatoire vordering ter grootte van de kosten van de OV-kaart.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat sprake was van een boete en dat de vordering onevenredig was. Tevens stelde hij dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank over de aard van de vordering en de berekening ervan, waarbij het moment van inleveren van de OV-kaart niet relevant is.
De Raad oordeelde dat de rechtbank het besluit terecht in stand liet ondanks een mogelijke schending van een vormvoorschrift, omdat appellant niet is benadeeld. Wel stelde de Raad vast dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling uitsprak en veroordeelde de IB-Groep tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Compensatoire vordering bevestigd en proceskostenvergoeding aan appellant toegekend.