ECLI:NL:CRVB:2008:BG1559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen verzetuitspraak rechtbank WWB
De appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het verzet van appellant tegen een eerdere uitspraak ongegrond verklaarde. De rechtbank had het verzet behandeld op 11 maart 2008. Volgens artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet is hoger beroep tegen een verzetuitspraak van de rechtbank uitgesloten.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat doorbreking van dit appelverbod alleen mogelijk is bij ernstige schendingen van de goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen. In deze zaak bleek geen sprake van een dergelijke schending, met name het beginsel van hoor en wederhoor was niet geschonden. Het College had verweer gevoerd en de gemachtigde van appellant was gehoord.
De Raad liet de grief over kennelijke ongegrondverklaring van het beroep buiten beschouwing omdat dit neerkomt op beoordeling van de oorspronkelijke uitspraak, wat niet mogelijk is in hoger beroep tegen een verzetuitspraak. Daarom verklaarde de Raad zich onbevoegd tot behandeling van het hoger beroep en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd tot behandeling van het hoger beroep tegen de verzetuitspraak van de rechtbank.