ECLI:NL:CRVB:2008:BG1102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken ernstige beperkingen
Appellant, die tot november 1990 in Nederland werkte en daarna werd uitgezet, vroeg een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan. Na onderzoek door artsen en arbeidsdeskundigen stelde het UWV een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op, waarna de uitkering per 17 februari 1992 werd ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde de FML als juist vast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV ambtshalve de aanspraken van appellant had moeten beoordelen en dat eventuele vertraging niet aan appellant te wijten is. De Raad stelt vast dat er geen twijfel bestaat over de juistheid van de FML, mede omdat medische rapporten geen ernstige beperkingen aantonen en appellant zich in Nederland heeft opgehouden en gewerkt na de datum in geschil.
De Raad acht de door appellant overgelegde tegenrapportages onvoldoende om de FML te betwisten. De intrekking van de uitkering berust op goede gronden en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd, zij het met gewijzigde motieven.
Uitkomst: De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering per 17 februari 1992 wordt bevestigd wegens het ontbreken van ernstige arbeidsbeperkingen.