ECLI:NL:CRVB:2008:BF8886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, een voormalig salarisadministrateur, kreeg een WAO-uitkering wegens psychische klachten. In juni 2004 werd een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld en een arbeidskundig onderzoek uitgevoerd, waarna het UWV besloot de WAO-uitkering te verlagen op basis van de inschatting dat appellant fulltime kon werken.
Appellant betwistte deze inschatting en voerde aan dat hij vanwege zijn psychische aandoeningen niet fulltime kon werken, gesteund door zijn behandelende psychiater. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige, die zich onthield van een direct oordeel over de houdbaarheid van de FML, maar bevestigde de ernst van de psychische klachten.
De Raad concludeerde dat het UWV onvoldoende had onderbouwd dat de duurbeperking terecht was komen te vervallen. Hierdoor ontbrak een juiste medische grondslag voor het besluit. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit en beval het UWV een nieuwe beslissing te nemen, waarbij ook werd bepaald dat het UWV de proceskosten aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te verlagen wordt vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing.