ECLI:NL:CRVB:2008:BF7921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, werkzaam als meewerkend voorman, viel in 1992 en opnieuw in 1998 uit wegens psychische klachten en ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
Na een herbeoordeling in 2005 door een verzekeringsarts en een psychiater werd de arbeidsongeschiktheid herzien naar 15 tot 25%, wat het Uwv bij besluit van januari 2006 vaststelde. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard door het Uwv en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant onder meer dat het besluit ondeugdelijk tot stand was gekomen en dat het Uwv zich onterecht baseerde op het Schattingsbesluit 2004. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat er geen aanleiding was voor nader medisch onderzoek.
De Raad verwierp de grieven van appellant, inclusief de intrekking van het bezwaar tegen het Schattingsbesluit, en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.