ECLI:NL:CRVB:2008:BF6719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WW-uitkering wegens botsende werelden en levensovertuiging
Appellante was werkzaam als verzorgster bij een gezin en werd ontslagen vanwege botsende werelden, waarbij zij haar levensovertuiging tijdens het werk uitte. Het UWV weigerde haar WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde dit besluit terecht omdat appellante zich onvoldoende aan de normen van de werkgever zou hebben gehouden.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat verwijtbaar gedrag jegens de werkgever vereist is om een WW-uitkering te weigeren. Hoewel appellante haar levensovertuiging uitte, blijkt uit de stukken dat zij zich tijdens een afgesproken proefperiode aan de voorwaarden heeft gehouden en dat het verzoek tot ontslag niet gebaseerd was op overtreding van deze afspraken, maar op botsende werelden.
De Raad concludeert dat het UWV ten onrechte de WW-uitkering heeft geweigerd en vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze overwegingen. Tevens worden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.