ECLI:NL:CRVB:2008:BF1282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terugvordering bijstand na schending inlichtingenverplichting en intrekking besluit
Betrokkene ontving sinds 1996 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van informatie uit een strafrechtelijk onderzoek stelde de Sociale Dienst Amsterdam vast dat betrokkene de inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat zij in december 2001, 2002 en 2003 telkens €12.000 uit een erfenis ontving, betrokken was bij criminele activiteiten en verblijf in detentie niet doorgaf. Hierdoor werd de bijstand over de periode 1 december 2001 tot 30 juni 2004 ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat het recht op bijstand wel vastgesteld kon worden op basis van de erfenis. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat onvoldoende duidelijkheid bestaat over de beschikking en duur van de erfenisbedragen, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De Raad bevestigt dat betrokkene over bepaalde perioden rechtens haar vrijheid was ontnomen en zij geen recht op bijstand had.
De Raad stelt vast dat appellant bevoegd was de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen over de gehele periode, met uitzondering van de detentieperiodes. De hoogte van de terugvordering wordt gecorrigeerd tot €34.048,38. Het besluit van 10 juli 2007 wordt vernietigd omdat de grondslag daarvan is komen te vervallen. Verzoek tot rentevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van meerbetaling. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt vastgesteld op €34.048,38 en eerdere besluiten worden vernietigd.