ECLI:NL:CRVB:2008:BF0825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en juiste berekening arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, een lerares basisonderwijs, kreeg in 2002 een WAO-uitkering toegekend wegens knieklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2005 herzag appellant deze uitkering naar 45-55%, wat betrokkene betwistte. De rechtbank vernietigde het herzieningsbesluit vanwege onvoldoende motivering en stelde zelf de arbeidsongeschiktheid op 55,34% vast, waarbij zij appellant opdroeg een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank onjuist was uitgegaan van loonwaarden bij functieselectie in plaats van de hoogste resterende verdiencapaciteit per uur. Betrokkene onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat het Schattingbesluit vereist dat functies worden geselecteerd die leiden tot de hoogste resterende verdiencapaciteit per uur, en dat appellant dit correct had toegepast.
De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het een nieuw besluit op bezwaar voorschreef en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Schuttel en leden Zeijen en Kruisdijk op 5 september 2008.
Uitkomst: De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover een nieuw besluit op bezwaar wordt voorgeschreven en bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid correct is vastgesteld.