ECLI:NL:CRVB:2008:BE9973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische beperkingen en schadevergoeding bij herziening WAZ-uitkering
Appellant, een voormalig zelfstandig melkveehouder, kreeg in 2005 een WAZ-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank de mate van arbeidsongeschiktheid bij herziening vast op 45 tot 55%, maar onderschreef de medische grondslag van het UWV-besluit en verwierp een medische urenbeperking.
Appellant voerde aan dat zijn medische beperkingen waren onderschat en dat een urenbeperking wel degelijk aanwezig was, onderbouwd met een cardiologisch rapport. Het UWV stelde daartegenover dat de medische adviezen geen objectieve basis boden voor een urenbeperking. De Raad concludeerde dat het advies voor geleidelijke werkhervatting meer praktisch dan medisch was en bevestigde dat appellant gemiddeld 8 uur per dag en 40 uur per week kan werken.
Daarnaast oordeelde de Raad dat appellant schade heeft geleden door de vertraagde uitbetaling van de uitkering en veroordeelde het UWV tot vergoeding van wettelijke rente en schadevergoeding conform de relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en het Burgerlijk Wetboek.
Het hoger beroep werd afgewezen, het bestreden besluit bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding toegewezen. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens vertraagde uitbetaling.