ECLI:NL:CRVB:2008:BE9167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens ondanks betwisting tegoeden
Appellant ontving sinds 1993 een bijstandsuitkering. In 2005 kwam via de Belastingdienst naar voren dat appellant twee bankrekeningen bezat met een saldo dat de vermogensgrens overschreed. Het College van burgemeester en wethouders van Vught trok daarop de bijstand met ingang van 1 januari 2001 in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug.
Appellant betwistte dat de tegoeden op de rekeningen van hem waren en stelde dat het geld toebehoorde aan een vriend die in Engeland woonde. Hij overlegde verklaringen ter onderbouwing, waaronder van de vriend en een stichting. De Raad oordeelde echter dat deze verklaringen onvoldoende inzicht boden in de herkomst en het doel van de gelden, zodat niet was aangetoond dat de tegoeden niet tot het vermogen van appellant behoorden.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen wegens het niet melden van de bankrekeningen. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering bevestigd.