ECLI:NL:CRVB:2008:BE9084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering en hernieuwde informatieverstrekking
Appellante had een WAO-uitkering die door het UWV met ingang van 1 januari 2005 werd ingetrokken wegens het niet (behoorlijk) nakomen van verplichtingen, met name het niet verschijnen op een medisch spreekuur en het niet doorgeven van een reden daarvoor.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet voldoende was geïnformeerd over de consequenties van het niet doorgeven van een reden en dat zij haar belangen niet zelfstandig kon behartigen. Tevens gaf zij aan dat zij op 18 februari 2005 alsnog contact met het UWV heeft opgenomen en haar verplichtingen is nagekomen.
De Raad oordeelde dat het UWV door de nadere informatie op 18 februari 2005 het recht op uitkering had kunnen vaststellen, ook met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2005. Het UWV had dit moeten meenemen in de bezwaarprocedure, maar heeft dit niet gedaan. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd vanwege een motiveringsgebrek en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werden de proceskosten van appellante aan haar toegekend en werd het griffierecht vergoed. Verzoeken tot vergoeding van kosten en schade werden aangehouden in afwachting van het nieuwe besluit van het UWV.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.