ECLI:NL:CRVB:2008:BE8936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering vernietigd wegens verouderde medische onderbouwing
Appellant ontving sinds 1997 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. In 2005 vond een herbeoordeling plaats, waarna het UWV de uitkering introk wegens een vermeend verlies van verdiencapaciteit van minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar, dat in eerste instantie ongegrond werd verklaard. Later nam het UWV een gewijzigd besluit waarbij de uitkering werd voortgezet en herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen de ongegrondverklaring van het beroep tegen het gewijzigde besluit. De Raad constateerde dat het UWV het arbeidskundig onderzoek had aangepast, maar dat het medische onderzoek verouderd was en niet adequaat onderbouwd.
Omdat bijna een jaar verstreken was tussen het primaire onderzoek en het nieuwe besluit en appellant niet opnieuw medisch was onderzocht, oordeelde de Raad dat het besluit in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het besluit werd vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.