ECLI:NL:CRVB:2008:BE8903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging WW-uitkering wegens niet meewerken aan re-integratie
Appellant was van 1990 tot 2002 werkzaam bij de werkgever en ontving na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst een WW-uitkering. Het UWV legde een maatregel op waarbij de WW-uitkering met 20% werd verlaagd gedurende 16 weken wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie, omdat appellant niet op twee uitnodigingen voor gesprekken met de re-integratiecoach was verschenen.
Appellant voerde aan dat het UWV het proces had vertraagd, dat het re-integratietraject was afgerond en dat het conflict over wachtgeld een gesprek onmogelijk maakte. Ook stelde hij dat het UWV de uitkering op grond van de wachtgeldregeling moest realiseren.
De Raad oordeelde dat alleen de vraag aan de orde was of de maatregel terecht was opgelegd wegens het niet nakomen van de re-integratieverplichtingen volgens de Werkloosheidswet. Gezien de feiten dat appellant niet op de gesprekken was verschenen en geen geldige redenen had opgegeven, was de maatregel terecht. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de bezwaren van appellant af.
Uitkomst: De maatregel van 20% verlaging van de WW-uitkering gedurende 16 weken wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie wordt bevestigd.