ECLI:NL:CRVB:2008:BD9667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na voldoende motivering duurbeperking
Appellante, sinds 1974 arbeidsongeschikt wegens rugklachten, kreeg haar WAO-uitkering herzien door het UWV. Na een eerste besluit in november 2003 werd de mate van arbeidsongeschiktheid verlaagd van 80-100% naar 55-65%. Dit werd bij bezwaar deels teruggedraaid, maar de rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar gegrond vanwege onvoldoende motivering over het vervallen van de duurbeperking.
Het UWV stelde vervolgens in augustus 2005 een nieuw besluit vast met een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65%, waarbij het motiveringsgebrek was hersteld. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat de medische grondslag ontoereikend was en dat een deskundige benoemd had moeten worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de motivering van het UWV voldoende had beoordeeld en dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts voldoende inzicht gaf in het vervallen van de duurbeperking. Ook was het niet onjuist dat geen deskundige was benoemd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.