ECLI:NL:CRVB:2008:BD9345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing woonkostentoeslag wegens onvoldoende inspanningen voor andere woonruimte
Appellante woonde met haar partner sinds 1997 in een huurwoning zonder recht op huursubsidie. Na detentie van haar partner ontving zij algemene bijstand en bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag. Bij een nieuwe aanvraag vanaf mei 2005 werd deze toeslag door het College afgewezen omdat niet was voldaan aan de voorwaarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat niet was gebleken dat de woonlasten uit bijzondere omstandigheden voortvloeiden zoals bedoeld in artikel 35 WWB Pro. Appellante betwistte dit en stelde dat zij zich voldoende had ingespannen om andere woonruimte te vinden, maar kon dit niet onderbouwen.
De Raad concludeert dat de woonlasten niet tot bijzondere noodzakelijke kosten behoren en dat appellante onvoldoende heeft aangetoond dat zij zich voldoende heeft ingespannen. Uit stukken van de woningcorporatie blijkt dat zij wel op woningen heeft gereageerd, maar geen urgentieverklaring heeft aangevraagd terwijl zij daarvoor in aanmerking kwam.
De Raad bevestigt daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de woonkostentoeslag wordt bevestigd wegens onvoldoende inspanningen voor andere woonruimte.