ECLI:NL:CRVB:2008:BD9283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering met behoud van rechtsgevolgen ondanks onvoldoende motivering
Betrokkene maakte bezwaar tegen de verlaging van zijn WAO-uitkering van 80-100% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege het ontbreken van een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een lijst met normaalwaarden, waardoor de schatting onvoldoende transparant en toetsbaar was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het arbeidskundige deel van het besluit niet als zelfstandig deelbesluit kan worden vernietigd en dat de rechtbank het beroep op onvoldoende inzichtelijkheid van de schatting niet steunt op eerdere rechtspraak. Met het ingebrachte arbeidskundige rapport is volgens de Raad voldoende inzicht gegeven dat de functies geschikt zijn en het verlies aan verdiencapaciteit 15-25% bedraagt.
Hoewel het bestreden besluit een onvoldoende draagkrachtige motivering bevat en daarom wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, blijven de rechtsgevolgen van de verlaging van de WAO-uitkering in stand. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen van de verlaging van de WAO-uitkering blijven in stand.