ECLI:NL:CRVB:2008:BD8978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering passende arbeid zonder medische beperkingen
Appellante ontving bijstand en weigerde aangeboden passende functies in een traject voor werkervaring. Het College legde daarop een maatregel op: verlaging van de bijstand met 100% voor een maand. Appellante stelde in bezwaar en hoger beroep dat zij vanwege medische beperkingen niet in staat was de arbeid te verrichten en dat het College had moeten onderzoeken of de functies passend waren.
De Raad stelde vast dat appellante ten tijde van het aanbod geen medische beperkingen had aangevoerd en dat het College niet verplicht was nader onderzoek te doen. Het latere medisch onderzoek toonde wel arbeidsbeperkingen, maar deze waren niet relevant voor het tijdstip van het aanbod. De weigering van de aangeboden arbeid was daarmee onterecht en de opgelegde maatregel was passend en proportioneel.
De Raad bevestigde het eerdere oordeel van de rechtbank en het College dat appellante de verplichting tot het aanvaarden van passende arbeid niet was nagekomen en dat de maatregel terecht was opgelegd. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% voor een maand wegens het niet aanvaarden van passende arbeid wordt bevestigd.