ECLI:NL:CRVB:2008:BD8928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen intrekking WAO-uitkering wegens vervallen procesbelang
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem die het bezwaar tegen het besluit van het Uwv ongegrond verklaarde. Het ging om een besluit waarbij appellant per 20 juli 2005 zijn WAO-uitkering werd ingetrokken wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Tijdens de zitting bleek dat het Uwv op en na 20 juli 2005 alsnog een WAO-uitkering aan appellant verstrekte, berekend op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Hierdoor was het geschil over het oorspronkelijke besluit komen te vervallen.
De Raad overwoog dat zonder een actueel geschil over een bestuursbesluit het hoger beroep niet ontvankelijk is. Procesbelang ontbrak, aangezien het belang niet alleen lag in proceskostenvergoeding. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd door niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep, waarmee het beroep van appellant werd afgewezen. De Raad benadrukte het belang van een actueel geschil voor ontvankelijkheid in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na hernieuwde toekenning van WAO-uitkering.