ECLI:NL:CRVB:2008:BD8818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid met aanpassingen CBBS
Betrokkene, werkzaam als medewerkster pensioenen, viel in februari 2002 uit wegens hoofdpijnklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Het UWV herzag deze uitkering in 2005 naar 15 tot 25%, wat betrokkene aanvocht. De rechtbank Breda verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het arbeidskundige gedeelte van het besluit, omdat het UWV onvoldoende transparantie en toetsbaarheid bood in het gebruikte Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de arbeidskundige component geen zelfstandig deelbesluit vormt en dat de rechtbank onterecht het besluit deels vernietigde. De Raad stelt dat het aangepaste CBBS-systeem voldoende signaleringen en onderbouwingen biedt en vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het het arbeidskundige deel betreft. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak, terwijl de overige delen van het besluit in stand blijven.
De Raad wijst erop dat subjectieve klachtenbeleving geen doorslaggevende rol speelt bij de vaststelling van beperkingen volgens de WAO en dat betrokkene geen medische informatie heeft overgelegd die het oordeel van het UWV zou kunnen betwisten. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven ongewijzigd.
Uitkomst: Het arbeidskundige gedeelte van het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen, het overige besluit blijft in stand.