ECLI:NL:CRVB:2008:BD8815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, voormalig inpakster groente/fruit, meldde zich in 1997 ziek en ontving een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2000 werd deze herzien naar 15-25% en in 2003 hervatte zij gedeeltelijk werk. Na een nieuwe ziekmelding in 2003 trok het UWV in 2004 haar uitkering in na medisch en arbeidskundig onderzoek. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, en de rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen, maar de Raad stelde vast dat dit niet aan de orde was. Het UWV had het bezwaarbesluit van januari 2005 niet correct bekendgemaakt, waarna een nieuw besluit in mei 2008 het bezwaar alsnog gegrond verklaarde en de WAO-uitkering herstelde.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en geen aanleiding gaf tot een ander oordeel dan de rechtbank. Het beroep tegen het eerste besluit werd gegrond verklaard vanwege het nieuwe besluit, terwijl het beroep tegen het tweede besluit ongegrond bleef. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekkingsbesluit van de WAO-uitkering wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd; het beroep tegen het latere besluit wordt ongegrond verklaard.