ECLI:NL:CRVB:2008:BD8813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige weigering gemachtigde bij bezwaarschriftenprocedure UWV
Appellante kreeg op 16 november 2004 een WAO-uitkering toegekend door het UWV. Tegen dit besluit maakte haar gemachtigde Brunia bezwaar. Tijdens de bezwaarschriftenprocedure werd Brunia door het UWV onterecht geweigerd als gemachtigde, wat ertoe leidde dat appellante zich niet met haar steun kon laten bijstaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het UWV voldoende tijd had gegeven om andere rechtsbijstand te zoeken. Latere uitspraken van de rechtbank Rotterdam en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigden echter dat de weigering van Brunia onrechtmatig was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante hierdoor ernstig is geschaad en dat zij alsnog in de gelegenheid moet worden gesteld om de bezwaarschriftenprocedure, inclusief de hoorzitting, met steun van Brunia te volgen vanaf het moment van de onrechtmatige weigering. Het besluit op bezwaar van 4 mei 2005 werd vernietigd en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de gemachtigde Brunia te weigeren is onrechtmatig verklaard en appellante mag de bezwaarschriftenprocedure met steun van Brunia voortzetten.