ECLI:NL:CRVB:2008:BD8765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Verlening van bijstand aan tijdelijk in Schotland afkikkende verslaafde conform EU-vrij verkeer van diensten
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en vertrok op verwijzing van een behandelingsteam en met toestemming van zijn zorgverzekeraar naar Castle Craig Clinic in Schotland voor een alcoholverslavingsbehandeling. Het College beëindigde de bijstand na vier weken verblijf in het buitenland, verwijzend naar het territorialiteitsbeginsel van de WWB. De rechtbank stelde dat appellant recht had op bijstand tot dertien weken verblijf vanwege zijn leeftijd en dat het College de hardheidsclausule in artikel 16 WWB Pro niet juist had toegepast.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat het College de periode van vier weken niet correct had gehanteerd en dat de eisen inzake woon- en verblijfplaats in dit geval disproportioneel zijn. De Raad oordeelde dat het vrij verkeer van diensten volgens artikel 49 EG Pro wordt belemmerd door de beëindiging van bijstand, maar dat deze belemmering gerechtvaardigd moet zijn en proportioneel. Gezien de tijdelijke aard van het verblijf, de medische noodzaak en het behoud van woonplaats in Nederland, achtte de Raad het College verplicht om artikel 16 WWB Pro verdragsconform toe te passen.
De Raad bepaalde dat appellant na de termijn van dertien weken algemene bijstand moet ontvangen zolang hij de behandeling in Schotland ondergaat en aan de WWB-vereisten voldoet. Ook moet het College het verzoek om bijzondere bijstand in de woonkosten beoordelen alsof appellant in een Nederlandse inrichting verbleef. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze niet met deze uitleg overeenkomt. Daarnaast werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het College dient artikel 16 WWB verdragsconform toe te passen en bijstand te verlenen aan appellant gedurende zijn behandeling in Schotland.