ECLI:NL:CRVB:2008:BD8624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. de Mooij
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige herbeoordeling in Duitsland
Appellante, die sinds 1999 een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid, verhuisde in 2002 naar Duitsland. Het UWV liet haar in 2004 medisch onderzoeken door een Duitse arts, waarna haar uitkering werd ingetrokken wegens herstel van arbeidsvermogen. Appellante betwistte de zorgvuldigheid van het onderzoek en de arbeidskundige beoordeling, mede vanwege taalproblemen en onjuiste indexcijfers.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek conform EU-verordening in Duitsland mocht plaatsvinden en dat appellante geen verzoek tot onderzoek in Nederland had ingediend. De medische en arbeidskundige beoordelingen waren zorgvuldig en voldoende onderbouwd, waarbij ook informatie van de behandelend neuroloog was betrokken. De Raad verwierp het verweer over onderschatting van beperkingen en onjuiste loonindexering.
Verder stelde de Raad vast dat de procedure binnen de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro was gebleven, waardoor het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.