ECLI:NL:CRVB:2008:BD6828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig zijn op opgegeven adres
Betrokkene ontving sinds 1 september 2004 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een onderzoek naar het water- en elektriciteitsverbruik op het opgegeven adres, stelde de gemeente vast dat betrokkene vermoedelijk niet daadwerkelijk op dat adres woonde. De bijstand werd daarom ingetrokken en de kosten teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit tot intrekking wegens onvoldoende bewijs dat betrokkene niet woonde op het opgegeven adres. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. De Raad stelt vast dat het extreem lage water- en elektriciteitsverbruik niet strookt met bewoning en dat betrokkene zelf heeft verklaard elders te wonen.
De Raad concludeert dat de gemeente bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen, dat het beleid niet onredelijk was en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om hiervan af te wijken. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het beroep van betrokkene ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.