ECLI:NL:CRVB:2008:BD6809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Betrokkene viel op 31 oktober 2001 uit voor zijn werk als terreinmedewerker. Op 20 mei 2003 werd een WAO-uitkering geweigerd omdat betrokkene minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar en beroep werd op 5 augustus 2005 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%.
De rechtbank vernietigde dit besluit echter wegens onvoldoende arbeidskundige motivering, met name omtrent de functie van productiemedewerker industrie (sbc-code 111180). In hoger beroep overwoog de Raad dat de aanvullende rapportages van bezwaararbeidsdeskundigen Dekker en Kleijne voldoende toelichting gaven dat de functie passend was ondanks beperkingen.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank, behoudt de rechtsgevolgen van het bestreden besluit en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten. Hiermee wordt het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering gehandhaafd, ondanks de formele vernietiging wegens motiveringsgebrek.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.