ECLI:NL:CRVB:2008:BD6363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende medische toelichting
Appellante, die een WAO-uitkering ontving wegens een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, kreeg deze per 24 februari 2005 ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15 tot 25%, gebaseerd op geschiktheid voor bepaalde functies met lichamelijke en psychische beperkingen.
De rechtbank onderschreef deze medische grondslag en oordeelde dat appellante medisch geschikt was voor de geselecteerde functies, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard. In hoger beroep stelde appellante dat het Uwv haar beperkingen had onderschat en niet alle relevante medische informatie had meegewogen, wat zij alsnog aanvoerde.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was voorbereid en dat de bezwaarverzekeringsarts op basis van beschikbare gegevens tot een verantwoord oordeel kon komen. De aanvullende medische informatie bood geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de beperkingen en geschiktheid. Wel oordeelde de Raad dat pas in hoger beroep een voldoende inzichtelijke toelichting was verkregen over de geschiktheid vanuit medisch oogpunt, waardoor de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit werden vernietigd.
De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten en werd appellante het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 4 juli 2008.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.