ECLI:NL:CRVB:2008:BD5639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis ondanks zwangerschapsklachten
Appellante ontving sinds 1992 een WAO-uitkering die per 1 augustus 2005 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 15%. Zij vroeg vervolgens een WW-uitkering aan met ingang van 18 januari 2006. Het Uwv weigerde deze uitkering omdat zij niet voldeed aan de referte-eis: in de 39 weken voorafgaand aan haar eerste werkloosheidsdag had zij niet ten minste 26 weken gewerkt.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de referteperiode arbeidsongeschikt was. Hoewel zij zwangerschapsklachten had en psychische rapportages overlegd, ontbrak het aan medische onderbouwing en ziekmelding bij het Uwv.
De Raad concludeert dat de periode van 1 augustus 2005 tot 18 januari 2006 terecht is meegeteld bij de referteperiode, waardoor appellante niet voldeed aan de vereiste arbeidsverledeneis. De weigering van de WW-uitkering is daarmee terecht. Tevens is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de WW-uitkering omdat appellante niet voldoet aan de referte-eis.