ECLI:NL:CRVB:2008:BD4459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens niet melden heffingskorting
Appellante ontving vanaf 8 januari 2002 een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In het toekenningsbesluit werd vermeld dat heffingskortingen op de uitkering in mindering worden gebracht. Echter, appellante heeft over de jaren 2002 tot en met 2004 de alleenstaande ouderkorting ontvangen zonder dit aan het College te melden.
Bij een heronderzoek bleek dat deze heffingskorting niet was meegenomen bij de berekening van de bijstand, waardoor appellante een te hoog bedrag ontving. Het College herzag de bijstand en vorderde een bedrag van €4.029,96 terug. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door het College en vervolgens door de rechtbank.
In hoger beroep betwist appellante met name de terugvordering, maar erkent daarmee impliciet dat aan de voorwaarden voor terugvordering is voldaan. De Raad oordeelt dat het College terecht heeft gehandeld volgens zijn beleidsregels en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. Ook de argumenten van appellante over haar afkomst en taalbeheersing leiden niet tot een ander oordeel.
De Raad stelt vast dat het College wel heeft erkend dat het alerter had kunnen zijn en heeft daarom de terugvordering beperkt tot het netto-bedrag van de bijstand. Dit wordt als voldoende tegemoetkoming gezien. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de bijstand wegens niet melden van de alleenstaande ouderkorting en wijst het hoger beroep af.