ECLI:NL:CRVB:2008:BD3955
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij hoger beroep tegen intrekking bijstand na huisbezoek
Verzoeker ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen trok de bijstand in voor de periode van 1 september 2006 tot 11 april 2007, mede gebaseerd op bevindingen van een huisbezoek op 26 september 2006. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de bevindingen van het huisbezoek buiten beschouwing werden gelaten wegens gebrek aan redelijke grond en informed consent.
Het College stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om een voorschot op de bijstand te ontvangen, stellende dat hij onevenredig in zijn belangen werd geschaad door de schuldenlast. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker sinds 7 mei 2007 weer bijstand ontvangt en dat de periode waarover het geschil gaat afgesloten is.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de schuldenpositie van verzoeker niet zodanig problematisch is dat er sprake is van een spoedeisend belang. Er was geen bewijs van betalingsachterstanden bij woonlasten of ziektekostenverzekering, en ook geen onaanvaardbare psychische druk door schulden. Daarom was het niet redelijk om de voorlopige voorziening toe te kennen en werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.