ECLI:NL:CRVB:2008:BD3892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herziening wettelijke rente en invorderingskosten bij terugvordering WW-uitkering
Appellant kreeg na toewijzing van een loonvordering recht op loon over een periode waarvoor hij eerder WW-uitkering had ontvangen. Het Uwv beëindigde daarop de WW-uitkering en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug, inclusief invorderingskosten en wettelijke rente. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures betwistte appellant de berekening van de rente en de verrekening van betalingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Raad vast dat het Uwv de wettelijke rente onjuist had berekend, met name door rente over invorderingskosten te heffen zonder grondslag. De Raad herrekende de rente en stelde deze vast op €541,11. Tevens oordeelde de Raad dat het hoger beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk is omdat appellant geen belang meer heeft.
De Raad wees het beroep af dat op grond van dringende redenen van terugvordering zou moeten worden afgezien, omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij hierdoor benadeeld was. Tot slot veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de wettelijke rente wordt vastgesteld op €541,11; het Uwv wordt veroordeeld in proceskosten.