ECLI:NL:CRVB:2008:BD3711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Hamen
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over woonadres
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen liet een onderzoek uitvoeren naar het water-, gas- en stroomverbruik in haar woning, waaruit bleek dat het verbruik extreem laag was. Dit leidde tot twijfel over haar opgegeven woonadres.
Op basis van het onderzoek trok het College de bijstand in per 3 mei 2006 wegens schending van de inlichtingenverplichting. Na bezwaar werd het besluit gedeeltelijk herroepen en de beëindiging van de bijstand vastgesteld per 12 mei 2006. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij zuinig leefde en dat het verbruik daarom laag was. De Raad oordeelde echter dat het extreem lage verbruik en andere onderzoeksgegevens niet aannemelijk maken dat zij op het opgegeven adres woonde. Hierdoor heeft zij niet voldaan aan haar inlichtingenverplichting, rechtvaardigt dit de beëindiging van de bijstand en is er geen grond voor schadevergoeding.
De Raad bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Tevens werd het verzoek tot vergoeding van proceskosten afgewezen.
Uitkomst: De bijstand van appellante wordt beëindigd wegens schending van de inlichtingenverplichting over haar woonadres en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.