ECLI:NL:CRVB:2008:BD3532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens ontbreken woonplaats in gemeente
Appellant ontving vanaf 15 juli 2004 bijstand als alleenstaande op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na onderzoek door de sociale recherche en de Sociale verzekeringsbank bleek dat appellant vanaf 1 februari 2005 niet langer zijn hoofdverblijf had in de gemeente waar hij bijstand ontving, maar een gezamenlijke huishouding voerde in een andere gemeente.
Het dagelijks bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân trok de bijstand met ingang van 1 december 2005 in en vorderde de kosten van bijstand over de periode van 1 februari 2005 tot en met 30 november 2005 terug. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit bevestigde.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant geen woonplaats meer had in de gemeente waar hij bijstand ontving, waardoor hij geen recht had op bijstand van die gemeente. De Raad stelt vast dat het dagelijks bestuur bevoegd was de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. Het beleid van het dagelijks bestuur om in principe altijd terug te vorderen, tenzij dringende redenen aanwezig zijn, is niet onredelijk. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die afwijking rechtvaardigen.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellant worden bevestigd wegens ontbreken woonplaats in de bijstandsgemeente.