ECLI:NL:CRVB:2008:BD3347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Appellant werd door het UWV de WW-uitkering geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid, omdat hij werkzaamheden als schoonmaker had afgewezen. De Raad vernietigde eerder een besluit van het UWV wegens onvoldoende onderzoek naar de feiten rondom de weigering van het werk. Na aanvullend onderzoek handhaafde het UWV het besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek nog steeds onvoldoende was en dat hij niet geweigerd had, maar dat er geen werk was. Een getuige bevestigde dit standpunt, maar de Raad oordeelde dat het onderzoek voldoende was en dat de verklaring van de getuige niet doorslaggevend was. De Raad stelde vast dat appellant het aangeboden werk heeft geweigerd, wat redelijkerwijs tot beëindiging van de dienstbetrekking kon leiden.
De Raad concludeerde dat het besluit van het UWV gebaseerd was op een onjuiste wettelijke grondslag (artikel 24 lid 2 sub b WW Pro) en vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.