ECLI:NL:CRVB:2008:BD3345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door niet voltooien opleiding
Betrokkene was in vaste dienst als meewerkend voorman I en diende een WW-uitkering aan nadat zijn arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende functioneren werd ontbonden. Het UWV weigerde de uitkering blijvend geheel op grond van verwijtbare werkloosheid, omdat betrokkene een verplichte opleiding tot aankomend hovenier niet had afgerond en zich niet onvoorwaardelijk bereid toonde deze voort te zetten.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens schending van de motiveringsplicht, omdat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid. Zowel betrokkene als het UWV gingen in hoger beroep. Betrokkene voerde aan dat hij andere opleidingen had gevolgd en dat herkansingsmogelijkheden ontbraken, terwijl het UWV stelde dat geen gronden voor verminderde verwijtbaarheid waren aangevoerd.
De Raad oordeelt dat betrokkene verwijtbaar werkloos is geworden omdat hij redelijkerwijs had kunnen voorzien dat het niet voltooien van de opleiding tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst zou leiden. De door betrokkene aangevoerde omstandigheden, zoals de zorg voor paarden en het ontbreken van studiefaciliteiten, zijn onvoldoende om verwijtbaarheid te ontkennen. De motiveringsgebreken van het UWV worden erkend, maar leiden niet tot vernietiging van het besluit. Het hoger beroep van betrokkene wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met de opdracht aan het UWV een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen.