ECLI:NL:CRVB:2008:BD3229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds 1998 bijstand en werd door het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage opgeroepen om bankafschriften van een rekening bij een bank te overleggen. Zij leverde deze niet binnen de gestelde termijn aan, met als gevolg dat het College haar bijstand opschortte en later introk op grond van artikel 54 WWB Pro wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante voerde aan dat zij door een systeemwijziging bij de bank geen afschriften kon verkrijgen, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De Raad oordeelde dat het College terecht bevoegd was de bijstand in te trekken omdat de gevraagde bankafschriften van belang waren en niet tijdig werden verstrekt.
Daarnaast legde het College een maatregel op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht, maar deze maatregel betrof een periode waarin appellante geen recht op bijstand had. De Raad vernietigde daarom het besluit tot oplegging van de maatregel en herroept het besluit van 20 januari 2005.
De Raad veroordeelde het College tot vergoeding van de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor zover het de intrekking van de bijstand betreft en vernietigd voor zover het ging om de maatregel.
Uitkomst: Intrekking bijstand bevestigd, maatregel wegens schending inlichtingenplicht vernietigd en proceskosten toegekend aan appellante.