ECLI:NL:CRVB:2008:BD3227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum bijstand en inkomstenkorting bij onderhuur in bijzondere omstandigheden
Appellant, afkomstig uit Liberia en gescheiden sinds augustus 2004, had meerdere aanvragen om bijstand ingediend die waren afgewezen. Na verlening van een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht, werd bijstand toegekend vanaf de datum van melding bij het CWI in juni 2005, met een korting wegens inkomsten uit onderhuur.
Appellant stelde dat de bijstand met terugwerkende kracht vanaf de datum van de verblijfsvergunning (mei 2004) moest worden toegekend en dat de korting op de bijstand onterecht was. De Raad oordeelde dat bijzondere omstandigheden, zoals de scheiding en het feit dat appellant vanaf augustus 2004 niet meer samenwoonde met zijn ex-partner, rechtvaardigen dat bijstand wordt toegekend vanaf die datum, niet pas vanaf de melding in juni 2005.
De Raad bevestigde echter dat de korting op de bijstand wegens inkomsten uit onderhuur binnen redelijke beleidsregels viel, aangezien appellant daadwerkelijk huurinkomsten ontving. De aangevallen uitspraak en het besluit over de ingangsdatum werden vernietigd en het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over de ingangsdatum van de bijstand wordt vernietigd; het College moet een nieuw besluit nemen.