ECLI:NL:CRVB:2008:BD2891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ex-gehuwden
Appellant en appellante, ex-gehuwden met drie kinderen, ontvingen bijstand van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren. Het College trok de bijstand van appellant in en vorderde kosten terug, omdat appellant samenwoonde met appellante zonder dit te melden. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Raad stelt vast dat de rechtbank onjuiste wettelijke grondslag hanteerde en vernietigt de uitspraken en besluiten.
De Raad beoordeelt de periode van 1 juli 1997 tot en met 31 oktober 2003 en stelt vast dat appellant zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante, ondanks dat hij op een motorschip verbleef. Dit blijkt uit verklaringen van buurtbewoners, correspondentie, en persoonlijke spullen in de woning. Ook is voldaan aan het criterium van wederzijdse zorg, waardoor sprake is van een gezamenlijke huishouding in de zin van de Algemene bijstandswet.
Appellant heeft zijn inlichtingenplicht geschonden door de gezamenlijke huishouding niet te melden, waardoor het College terecht de bijstand introk en terugvorderde. De sociaal-medische omstandigheden van appellanten bieden geen dringende redenen om hiervan af te zien. De aanvraag van appellant in 2004 werd terecht afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten. Verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen, maar het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en veroordeelt het College in de proceskosten.